woensdag 15 mei 2013

Wennen

Vergezichten met groen gras, blauwe zee, zand zover je kunt kijken.
Gezellig aan tafel schuiven in het huis van goede vrienden.
Fietsen naar het Amsterdamse bos, ijsjes eten - ook als het daar nog te koud voor is.

De benen languit in een stacaravan met oranje vlaggetjes.
De kroning die een inauguratie is.
Vrijmarkt in Haarlem.
Indrukwekkende beelden uit Amsterdam.

Lunchen en dineren in hip ogende strandtenten met slechte bediening.
Schrikken van de prijzen.
Genieten van de zon op het terras.
Onze dochter die een asbak kapot slaat. Met één hand. In één keer.
De beste vrienden die langs komen, ook als ze daar eigenlijk te druk voor zijn.
Wijntjes.
Patat.

Blij zijn als de zeewind eindelijk warmer en minder scherp om onze oren waait.
De eerste stapjes van onze dochter in het zand.
Onze zoon die met blote voeten alsmaar water blijft halen.
Boeings kijken tussen de vliegtuigspotters en de tulpenvelden.
Het vliegtuig dat ons naar die andere fijne Nederlandse vriendin in Engeland brengt.

Drie Engelse dagen boven de 20 graden.
Met Bacon ontbijten.
Wandelen.
Schommelen in de tuin.
Beleefd praten.
Picknicken in het park.
Poedelen tussen de fonteinen in de binnenstad.
Weer terugvliegen.

Eén dagje Drenthe.
Winkelen.
Rokjesdag.
Eindelijk zomerbanden.

Harlingen.
Schaapjeswolken als schilderijen.
Dagjesmensen. Hemelvaartsreizigers. Familieweekend.
De boot naar Vlieland.
Voor even Eilanders.
Met de bakfiets.
Naar de kroeg.

Lunchen.
Wijntjes.
Borrelhapjes.
Meer wijntjes.

En heel veel familieleden.
Heel veel gezellige familieleden.
Zo gezellig en relaxt, dat het eigenlijk helemaal niet kan.

En nu is het dus best even wennen om na zo'n vakantie weer terug te zijn in Berlijn.
We zijn er echt helemaal uit geweest. Maar ook echt even weer helemaal thuis. Ik moet weer zoeken naar de Duitse woorden. Ik staar nog een beetje wezenloos naar de Fernsehturm. Ik heb de stapel Berliner Zeitungen nog niet aangeraakt. En heb het nieuws hier nog maar amper gevolgd. Een reis naar de redactie voelt nog een beetje alsof er iemand anders achter het stuur zit.

De terugreis was lang - wonen we echt zo ver weg?
Nederland zit in ons, in mij.

Maar gelukkig begint de Berlijnse zomer.
28 graden vandaag.
In Nederland? 12.

Dat waren vroeger de dagen waarop ik niets liever wilde dan in de Berlijnse zomersferen zitten.
Die zijn onbetaalbaar.
Nu zit ik er.
En zo valt het niet zwaar om te wennen.

Eigenlijk zijn we nog steeds op vakantie.
En daar gaan we van genieten.



zondag 3 maart 2013

Kunst, geschiedenis of Disney?

In Berlijn weet je het nooit zo heel erg precies.
Is het kunst?
Geschiedenis?
Of marketing?

Berlijn is geen mooie stad. Geen Disney. Een stad die altijd en voortdurend aan verandering onderhevig is. Een stad in wording. En als iets af is, wordt het weer in twijfel getrokken en 20 jaar later weer afgebroken. Of 40. Dat kan hier.

De afgelopen dagen staan niet alleen de Duitse, maar ook de internationale kranten vol van stukken over 'DE muur'. De auteurs van die stukjes hebben het over de East Side Gallery, op Twitter en FB ook wel liefdevol afgekort als ESG. Het klinkt bijna als een nieuw partypilletje.

Het is bij mij om de hoek, op de fiets nog geen 10 minuten. Ik kom er niet zo vaak, fiets er alleen maar langs. En dat heeft ermee te maken dat ik deze strook van in totaal 1,3 kilometer helemaal niet zo heel erg bijzonder vind.

Misschien omdat ik me dat stuk muur nog herinner als een grijs stukje achter de Warschauer Straße. Ik weet natuurlijk weinig van die tijd, maar wel dat dit lange stuk waarachter de Spree schuil gaat niet altijd zo fel en kleurrijk is geweest als nu. Mijn herinnering zal bedrieglijk zijn; dat is vaak zo. Want vóór 1990 kwam ik eigenlijk amper bij Warschauer Straße. Ik stapte er niet uit, omdat er geen vrienden woonden en omdat mijn ouders er niet werkten, twee belangrijke voorwaarden om als Berlijns kind ergens naar toe te gaan.

Dat betekent dat ik dat stuk grens pas gezien kan hebben, toen er wel degelijk een reden was om er langs te komen. Een uitstapje met school? Overstappen op de U-Bahn? De Koude Oorlog en de muur zorgden ervoor dat je op dit station pas weer in 1995 de metro (richting het Westen) kon pakken. Maar toen moet er al lang graffiti op hebben gezeten.

Meteen na de val van de muur werden de grijze stukken beton, die alleen het achterste gedeelte van de grens waren, tot openbare galerij verklaard. Kunstenaars uit de hele wereld schilderden en spoten er hun indrukken van de gebeurtenissen op. NA de val van de muur, want toen dit nog echt de afsluiter van de Berlijnse muur was (de echte grens was de daar achter liggende Spree), waren de stenen natuurlijk gewoon zoals ze bedoeld waren. Oorspronkelijk wit, maar inmiddels grijs. Graffiti in Oost-Berlijn? Denk maar niet dat je er toen iets op mocht spuiten. Zelfs niet als je een spuitbus had kunnen bemachtigen ergens.

Mettertijd werden de oorspronkelijke kunstwerken vaal. En dus schilderden bijna al die internationale kunstenaars er nog eens overheen. Materialen uit de DDR waren ook nooit zo'n lang leven beschoren, en dus gingen ook de stenen langzaam kapot. Er volgde een restauratie. Historische stenen, met nieuwe kunst en ook nieuw beton. En nieuwe toeristen. Die nu volgens mij vaak geen idee meer hebben dat het ooit allemaal grijs was aan deze kant.

Geschiedenis is kunst geworden. En ja, de muur stond hier echt. Maar wat je nu ziet, heeft weinig meer te maken met de echte grens, die uit twee muren bestond, met daartussenin een Todesstreifen met zand, wachttorens en patrouillerende soldaten. (Als je wilt weten hoe dat er echt uitzag, moet je naar het documentatiecentrum aan de Bernauer Straße, daar draaien filmopnames van een helicopter die in 1990 en 91 over de hele muustrook is gevlogen en zo het verloop van de Berlijnse muur voor eeuwig heeft vastgelegd.)

Toch is de East Side Gallery een monument. Officieel. Door de stad beschermd, al in 1991.
Ook daarom is het vreemd dat er nu onaangekondigd gaten in worden gezaagd.

Toch vind ik de ophef overdreven. Het gaat over een stuk van 19 meter. En de stad heeft betere voorbeelden voor haar geschiedenis. De Bernauer Straße. De wachttoren die verstopt staat achter Potsdamer Platz (je moet even zoeken). De stukjes Todesstreifen die door grote delen van de stad lopen, maar dan wel buiten het centrum. Waar het gros van de toeristen niet komt.

En dat is misschien ook maar goed zo. Waar veel toeristen komen, wordt veel gesaneerd en veel aangepast. Want je wilt toch iets moois presenteren? Je wilt toch een mooie stad afleveren? Op een dienblaadje? Daarom is de Brandenburger Tor nu witter dan ooit. Daarom wordt er nu een nieuw stadskasteel gebouwd. Omdat het paleis van de DDR op dezelfde plek te lelijk was. Daarom staat er een nep-grenswachtershuisje op Checkpoint Charlie. Met nep-zandzakken. En nep-soldaten. Daarom is de East Side Gallery nu vrolijker dan ooit. Met gekortwiekt strak gras erachter. En daarom is Berlijn inmiddels toch wel een beetje Disney. Let maar op Mickey Mouse op de Pariser Platz. (En Darth Vader, ook al gezien. Echt waar).

Berlijn vertelt genoeg verhalen van vroeger. Op tal van plekken, vooral de ongesaneerde. De kapotte en aftandse. De East Side Gallery is absoluut een bezienswaardigheid. Maar niet de enige. En niet zaligmakend.

Ik hoop altijd maar dat de internationale stadsgidsen dat ook weten. En het doorvertellen aan de toeristen. Maar ook aan de journalisten die er nu over schrijven.



donderdag 24 januari 2013

Eisfieber

Ik had een goed idee, vond ik.

Simpel, maar vaak zijn dat de besten. In Nederland zie je alweer een hele week lang schaatsreportages op televisie. Hoe dik het ijs is. Wanneer je erop kan. Welke plaats de eerste marathon op natuurijs binnenhaalt. Wat de ijsmeesters erover zeggen. Welke ijsbanen vernield zijn met zout. Hoe met man en macht geprobeerd wordt de sneeuw van het ijs te blazen. Hoe mensen onder het ijs belanden. Hoe tochten worden gestaakt, omdat schaatsers door het ijs zakken (zojuist gebeurd in Overijssel).

Alles voor de ijzers. Voor de fanatiekelingen. En op een paar na (ik ken er welgeteld eentje) is het hele land in rep en roer. Blij dat het kan, al is het maar thuis op een grachtje of een poeltje.

Hier kraait er geen haan naar.
Echt niet.

Het vriest alweer behoorlijk lang (Althans - voor mijn gevoel een eeuwigheid. Januari had tot nu toe 3 zonuren. Geen idee waar dat heengaat. Maar goed is het niet voor een mens.). Dus dan is er ook ijs. En kun je ook schaatsen. Want in Nederland kan het toch ook? Ook al is het ijs slechter dan in voorgaande jaren - her en der kan het best wel.

En dus stuurde ik het idee naar de RBB. Gewoon omdat ik zin had in een ijsreportage. En blijkbaar stond het onderwerp nog helemaal niet op de agenda, dus ik mocht het gisteren onmiddellijk maken.

Een belrondje leert dan al snel: ijsmeesters kennen ze hier niet. Ijsverenigingen ook niet (alleen sportverenigingen voor schaatsers of ijshockeyspelers). Evenmin zijn er recreatieschappen. De overheid van een deelstaat (vergelijkbaar met het provinciebestuur in Nederland) heeft er ook geen kaas van gegeten. Het Land Brandenburg heeft geen overzicht van de watergebieden waar wellicht op geschaatst kan worden.

Het enige controllerende orgaan is de Wasserschutzpolizei. Die checken vooral dat de nog verankerde bootjes niet gestolen worden in de winter, maar ze letten ook een beetje op het ijs. En waarschuwen als je er niet op kan.

En gek genoeg kan dat dus ook niet.
Ik heb best wel wat rondgebeld. Ben uitgekomen bij één van de mooiste schaatsgebieden van Duitsland - de Spreewald. Als het ijs daar dik genoeg is, kun je kilometers lange tochten maken. (Iets wat Duitsers over het algemeen niet doen. Ze hebben alleen kunstschaatsen en ijshockeyschaatsen en daar kom je niet ver mee.)

Maar ook daar kan het nu niet. Het ijs is te dun. Te gevaarlijk. Ook al is het daar best ondiep - er is teveel stroming. En ook al krijgen we in het weekend 's nachts -20, dan nog zal het ijs niet genoeg kunnen groeien.

Geen schaatsers te bekennen dus tijdens mijn tocht. Ijskoorts? Hebben ze hier nog nooit van gehoord.
Af en toe schijnen er nog wat ondergelopen weilanden te zijn, waar je dan wel op mag. Maar ook die heb ik gisteren niet zo snel kunnen vinden.

Mijn eigen schaatsen had ik dus wel mee. Maar helaas - ik heb maar heel even op het ijs gestaan.

DE REPORTAGE (een ouderwetse link)

woensdag 26 december 2012

Nog (heel even) stil


Het zijn al meer dan 20 miljoen overnachtingen per jaar. En het worden alsmaar meer.
Toeristen houden van Berlijn.

Engelsen, Nederlanders en Amerikanen komen het meest. (Maar liefst 10% meer Nederlanders dan vorig jaar. Zou het iets met onze verhuizing te maken hebben? We hebben al veel bezoek gehad, :-).

Maar nu is het Kerst. Nog een heel dagje.
En dan is de stad leeg.

Engelsen blijven in Engeland.
Amerikanen in Amerika.
En Nederlanders in Nederland.
Zo gaan die dingen.

Voor de echte Berlijners alle reden om even diep adem te halen en te genieten van nagenoeg lege straten. Ook bij toeristische trekpleisters word je even ondergedompeld in oorverdovende stilte.

Op de trottoirs geen trossen mensen met een plattegrond die midden op het pad blijven staan. En die dus fijn de weg blokkeren zodat je er niet langs kan.  Nee, je kan doorlopen. Slenteren zelfs. Het tempo van de Berlijner die met Kerst in de stad blijft, vertraagt.

Want in de stad wonen inmiddels ongelofelijk veel mensen die de afgelopen jaren vanuit andere uithoeken van het land hier naar toe zijn verhuisd. Vanuit Bonn, Castrop-Rauxel, Paderborn en Buxtehude. Vanuit Göttingen of Eckernförde.

'Wahlberliner' heten die. (En streng genomen zijn wij dat ook. Niet alleen omdat we nu vanuit Nederland 'terug' zijn gegaan, maar ook omdat ik samen met mijn ouders ook ooit van de Oostzee hier naar toe ben gekomen. Naar Berlijn, de stad van onze keuze).

Al die mensen hebben hun ouders en grootouders dus in de meest verre uithoeken van Duitsland wonen. Daar is hun 'thuis' en dus gaan ze daar ook onder de kerstboom zitten.

In onze wijk blijven daarom heel wat ramen donker de afgelopen dagen. Zonder kerstlichtjes.
En in de binnenstad en de populaire wijk Prenzlauer Berg kun je zowat een speld horen vallen met de kerstdagen. Want alle grote gezinnen zitten in Beieren, Baden-Württemberg, op de berg of in kleine dorpen. Bij oma en opa.

Ze doen maar.
Zo hebben wij de stad heel eventjes voor ons.

Heeeeeeel eventjes, want de komende dagen is het weer afgelopen met de rust.
Met oud&nieuw verwacht de stad dit jaar zoveel toeristen als nooit tevoren. 2 miljoen, alleen met de jaarwisseling.

Maar vandaag is het nog stil.
Ik geniet nog even.

vrijdag 7 december 2012

Ja hoor, ook hier ontkwamen wij er niet aan.

650 kilometer verderop gaan wonen betekent niet dat we de belangrijkste man van het jaar hoeven te missen: de Sint. Die blijkt namelijk ook prima in Berlijn te kunnen komen.

Of hij dat via de daken deed of misschien gewoon in de trein stapte, of dat het toch stiekem maar een verklede Nederlander was die er ongelofelijk goed bijklust - dat doet er gelukkig niet toe, want mijn kind vraagt nog niet naar zulke dingen.

Feit: Hij kwam zelfs twee keer hier naar toe, en daarmee waren het vermoeiende, maar te gekke Sint-weken met liedjes, zelfgeknutselde mijters, wortels in de schoen en pepernoten.

Om te beginnen, werd ie uitgenodigd bij de Nederlandse school. Met Pieten en al, liedjes - een schoolplein vol met leerlingen, juffen, meesters. En die hadden al minstens twee weken van tevoren uitvoerig over Sint gesproken. En over het Sinterklaasjournaal; dat we vervolgens iedere avond via Uitzending gemist tot ons namen.

Toen kwam vriendin M. op bezoek. En die nam een cd met Sinterklaasliedjes mee. Vond ik leuk. Onze zoon viel vervolgens een week lang met de liedjes 's avonds in slaap.  Terwijl ze uit de oude zwarte radio met cd-speler weerklonken, sloeg Max alle teksten in het duister op en ging de liedjes overdag voor ons zingen.

Na de Sint op school was er nog de Sint op de Nederlandse ambassade. Een beetje teveel van het goede misschien, maar we hadden ons nou eenmaal aangemeld en dus zouden we gaan. De ambassade ligt pal aan de oever van de Spree en dus kwam dezelfde man met dezelfde hoed en dezelfde mantel per boot aan. Aan de overkant van het water fietsten twee Pieten met geel-groene pakken heen en weer. En alle kinderen begonnen te schreeuwen: "hierheen, jullie moeten hier zijn! Aan de overkant!". Ik vroeg me serieus af wat de Berlijners daar niet van zouden denken - twee van die gekken op Hollandse fietsen. Die maar heen en weer gaan. Wat zouden ze als verklaring hebben gegeven? 'Ja, meneer, we zijn hier om kadootjes uit te delen. Voor de Sint! Uweetwel. Oh, uweetniet?'

Ontzettend veel Pieten. En kinderpieten, bijzonder schattig en een enorm goede uitvinding. Want zelfs de bange kinderen zijn niet bang meer als er ook kleine Pieten snoepgoed uitdelen. En de burgemeester? Die werd gespeeld door de plaatsvervangend ambassadeur. Aardige man trouwens.

Binnen cadeaus, cadeaus, cadeaus. En dan snel weer naar huis.
En dan ook nog pakjesavond. Met ongelofelijk veel pakjes, meer dan voorgaande jaren.

Nu ben ik er klaar mee.
Ook hier is ie nu weg, terug naar Nederland. Spanje. Waar dan ook.

De laatste pepernoten heb ik zojuist afgeleverd bij de kinderopvang. Kunnen ze die daar met een gerust hart opkauwen.

Over Sinterklaas hebben ze al heel veel moeten horen dit jaar. En nu leren ze via mijn dochter ook meteen wat trakteren is.