maandag 15 augustus 2016

Waar bevalt het beter? - Deel II

In samenwerking met Duitslandnieuws.nl

Gefeliciteerd, je dochtertje is geboren. Wat ging er tijdens de bevalling anders dan in Nederland?


In mijn geval is dat niet helemaal de juiste afspiegeling van hoe het hier gaat, want ik koos tegen de Duitse trend in voor een thuisbevalling. Omdat ik in Nederland twee keer thuis ben bevallen, hoefde ik ook deze keer eigenlijk niet zo nodig in het medisch circuit terecht te komen. In Duitsland thuis bevallen is vrij uitzonderlijk; landelijk doet dat maar 2% van de vrouwen, in Berlijn 3% en dat schijnt al een hoog percentage te zijn. Er zijn ook amper verloskundigen die thuisbevallingen doen, landelijk zo’n 380, dat is verbazingwekkend weinig op een bevolkingsaantal van 82 miljoen.


Normaal gesproken gaan Duitse vrouwen naar het ziekenhuis of het geboortehuis zodra de weeën beginnen. Je mag er eerder naar toe dan in Nederland - daar vang je de weeën zo lang mogelijk thuis op - en je mag er ook na de bevalling langer blijven. De meeste vrouwen die ik ken, blijven zeker zo’n drie tot vier dagen in het ziekenhuis, ook als hun kindje helemaal gezond is. Dat heeft weer te maken met de Duitse hang om risico’s te vermijden, maar ook met het feit dat je hier geen kraamverzorgsters hebt. De eerste prille dagen hebben zij hun kraamweek dus eigenlijk in het ziekenhuis, met begeleiding van de zusters en eventueel je eigen verloskundige (Beleghebamme, heet dat hier, zij doet ook vaak de bevalling in het ziekenhuis, alleen als er iets mis gaat, neemt de gynaecoloog het over).


Bij mij ging het dus niet zo heel veel anders dan in Nederland, de verloskundige kwam op tijd en helemaal op het eind kwam er een tweede verloskundige bij, een collega van haar.

Wat vind je beter, wat slechter?


Ik ben nu natuurlijk zelf niet naar het ziekenhuis geweest, maar ik vind de Nederlandse gedachte dat moeder en kind het beste thuis kunnen herstellen na de bevalling, zo snel mogelijk, wel het fijnst. Mits alles goed is gegaan natuurlijk. Daarnaast is de Nederlandse kraamverzorgster een uniek beroep en ik gun zo iemand iedere vrouw  - dus ook iedere Duitse vrouw. Het is echt heel erg jammer dat het hier niet bestaat. De verloskundige komt ook wel iedere dag, maar zij helpt niet met het huishouden of je oudere kinderen. Er is een huishoudelijke hulp die je kan aanvragen, maar dat doen vaak alleenstaande vrouwen of vrouwen die een hele moeilijke bevalling hebben gehad. En omdat er geen kraamverzorgster is, is er ook veel minder begeleiding bij het voeden.


Mijn verloskundige begreep bijvoorbeeld het concept van kolven na de bevalling niet echt. Ik heb een elektrische kolf (zoals heel veel vrouwen in Nederland, omdat ze meestal na drie, vier maanden weer aan het werk gaan, maar nog wel borstvoeding willen blijven geven). En in Nederland ging ik meteen op dag 2 na de bevalling kolven om de melkproductie beter op gang te brengen (op advies van de kraamverzorgster, die daar ook echt wel alles van weet in de meeste gevallen). Opgetrokken wenkbrauwen bij mijn Duitse verloskundige, want zij was van mening dat je baby vaker aanleggen wel voldoende moest zijn. Mijn dochter Elise was een paar dagen later meer afgevallen dan ze mocht en komt nu maar heel langzaam aan. In week 2 koos ik er dus alsnog zelf voor om bij te kolven - en dat hielp meteen.


Weet je of er verschillen zijn per deelstaat?


Ik weet niet exact hoe het per deelstaat gaat, maar de trend is landelijk dat er steeds minder zelfstandige verloskundigen zijn. De meesten die dit beroep nog kiezen, werken in vaste dienst van ziekenhuizen. Er zijn amper meer praktijken met verloskundigen zoals in Nederland, omdat ze het geld voor de verzekering niet meer kunnen opbrengen. In heel Duitsland is er één aanbieder die verloskundigen verzekert voor de periode dat ze bereikbaar moeten zijn voor de moeders die gaan bevallen en die vraagt meer dan 4000 Euro per jaar per verloskundige. Een deel krijgen ze terug van de ziektekostenverzekeraars, maar niet genoeg, vinden de verloskundigen zelf.


Daarnaast is er landelijk nog een probleem: overal in het land (en vooral óp het land) sluiten geboorteafdelingen van kleinere ziekenhuizen. Over de gehele linie sterven er in Duitsland nog steeds meer mensen dan er worden geboren, en dus willen en kunnen veel ziekenhuizen dure geboorteafdelingen niet meer bolwerken. Dat leidt echt tot gekke taferelen in kleine steden en dorpen. Omdat er ook amper verloskundigen zijn, moeten zwangeren dan al twee weken van tevoren naar een grote stad afreizen om daar ‘in te checken’ in het ziekenhuis en op de bevalling te wachten (bijvoorbeeld het eiland Sylt: je moet dan naar het vasteland om te bevallen.
Of je moet het op de koop toe nemen dat je eerst een uur of anderhalf naar het volgende ziekenhuis moet rijden - geen fijne gedachte als je hoogzwanger bent, lijkt me.


Wat ik er niet aan begrijp - thuisbevallingen bijvoorbeeld kosten de ziektekostenverzekeraars veel minder geld dan een bevalling in het ziekenhuis. En toch moet je voor een thuisbevalling dus zelf bijbetalen, terwijl je een ziekenhuisbevalling volledig vergoed krijgt. Iets aan dat systeem klopt niet, het is niet logisch.

Duitsland wil graag iets doen aan de vergrijzing, is het daarom ook beter geregeld voor moeders (jonge gezinnen)?


Absoluut. Ze hebben zo ongeveer alles uit de kast getrokken om meer kinderen geboren te laten worden. Gek genoeg blijft het aantal toch nog steeds steken onder het Nederlandse gemiddelde, alleen Berlijn en Hamburg scoren hoog qua geboortes de laatste jaren. Kinderopvang is in Berlijn gratis vanaf 3 jaar (en vanaf 2017 zelfs gratis vanaf 1 jaar), je kan een heel jaar vrij nemen (oplopend tot 14 maanden als de vader ook twee maanden ouderschapsverlof neemt) en krijgt dan 67% van je laatste salaris doorbetaald. Dat is een hele luxe regeling die zelfs voor freelancers bestaat. Je laatste belastingaangifte bepaalt dan wat je van de overheid krijgt in dat babyjaar, met een maximumbedrag van 1800 Euro per maand. En in diezelfde periode vervallen ook je ziektekosten, dus je bespaart ook nog eens snel zo’n 500 Euro per maand, ziektekosten zijn hoog in Duitsland.


Daarnaast krijg je ook nog eens 180 Euro per maand per kind, Kindergeld, kinderbijslag. In Nederland is dat maar een fractie van dit bedrag. Duitsers weten vaak niet hoe goed ze het hebben, en eerlijk gezegd vraag ik me ook iedere keer af waar al deze kosten van betaald worden. En ook vooral waarom de Nederlandse staat dan niet ietsje meer kan uittrekken voor ouders en gezinnen, want eigenlijk is Nederland een veel vriendelijker land voor kinderen, dat heeft met de mentaliteit te maken, denk ik. Financieel is het hier voor gezinnen dus echt wel goed geregeld, ik zou heel graag willen dat de ministers van beide landen daar eens over om tafel gaan.


Je kan dus als vrouw een heel jaar lang vrij nemen voor je baby, meestal moet het ook wel, want de kinderopvang in Berlijn neemt zelden kinderen onder 1 jaar aan. Ik heb in dit geval een kinderopvang die dat wel doet, maar ik heb ook al heel vaak van mensen gehoord dat ik wel gek ben als ik niet dat hele jaar vrij neem. Als freelancer heb je de luxe dat je dat ook tussendoor nog mag bepalen, als je een grote opdracht hebt, kun je bijvoorbeeld een maand pauzeren en weer aan het werk gaan en na die maand laat je het ‘Elterngeld’ weer ingaan. Ik moet het wel allemaal nog aanvragen en weet dus niet of het echt van een leien dakje gaat, maar de regeling ziet er op papier erg goed uit.

Heb je nu in Duitsland te maken met meer papierwerk dan in Nederland?


Ja en nee. Als je als ongetrouwd stel bij het Jugendamt binnenloopt zodat de vader zijn kind kan erkennen (hetzelfde als in Nederland), dan treed je echt een kantoor binnen met een grote hangkast, met daarin allemaal dossiers met heel veel papier. Dat lijkt dus in eerste instantie onwijs ouderwets, er wordt weinig digitaal gedaan.
Daartegenover staat dat er genoeg ambtenaren zijn die je heel vriendelijk te woord staan en de boel best wel snel voor je regelen, met een glimlach en persoonlijke aandacht. Het oogt dus allemaal wat zakelijker en achterhaald op het eerste gezicht, maar in essentie moet je dezelfde administratieve dingetjes regelen. Een deel van de geldzaken verloopt via je ziektekostenverzekeraar en dan hangt het er maar vanaf bij wie je verzekert bent. Ik heb een hele goede die heel snel reageert en goed te bereiken is. En waar ook veel dingen digitaal kunnen. Het Elterngeld moet je wel per brief en met veel papierwerk en ‘bewijsmateriaal’ aanvragen - dat is omslachtiger dan in Nederland. Maar je krijgt dan ook geld van je overheid, dus dat heb ik er graag voor over.

Heb je in Duitsland andere tradities rond zwangerschap en bevallen?


Ja. Die zijn er amper. En dat vind ik heel erg jammer. In Nederland gaat de vlag uit na een bevalling, vliegen er ooievaren door de ramen, worden ballonnen opgehangen, borden met de voornaam in de tuin gezet - voor iedereen in de buurt is het een feestje als er een kindje wordt geboren. Sommigen vinden dat in Nederland overdreven, maar ik waardeer het enorm.
In mijn appartementencomplex hier in Berlijn zijn de afgelopen jaren drie baby’s geboren - nou, daar krijg je dan gewoon helemaal niets van mee. Geen ballonnen, geen versiering en ook bezoek krijgen Duitse vrouwen die bevallen zijn, pas veel later. Dat iedereen de eerste dagen binnen komt vallen, zoals gebruikelijk in Nederland, is hier Not Done. Moeder en kind worden zoveel mogelijk met rust gelaten. Ik snap het op zich wel, maar ik vind het prachtig dat Nederlanders er zo’n feestje van maken. Beschuit met muisjes, luiertaarten, kraammanden, kaartjes in de brievenbus - dat is hier toch allemaal wat killer en nuchterder, heel jammer. Wij hebben de versiering nog steeds aan de deur hangen en hebben ook ballonnen aan het balkon gehangen - wat dat betreft ben ik helemaal Nederlands geworden.

Hoe is de zorg geregeld na de bevalling?


Omdat de kraamverzorgster dus niet bestaat, krijg je dagelijks bezoek van de verloskundige. Zij weegt de baby en onderzoekt de stand van de baarmoeder. En dat is het zo ongeveer. Ik was er enorm verbaasd over na de bevalling: in deel 1 kon je lezen wat voor onderzoeken je hier in Duitsland allemaal hebt voor de bevalling, maar na de bevalling wordt er hier veel minder onderzocht dan in Nederland. Vanuit Nederland was ik gewend dat er een zorgdossier is voor moeder en kind. Daarin noteert de kraamverzorgster iedere voeding, de huidskleur van de baby, de temperatuur van moeder en kind, de kleur van de poep. Iedere dag in die eerste week. .
Hier is er geen één keer temperatuur gemeten - niet van Elise en ook niet van mij. De verloskundige kijkt ook naar huidskleur en dat soort dingen, maar bijvoorbeeld niet naar de luiers en de poep van de baby (in mijn geval dan). Ze vroeg gewoon aan mij hoe dat eruit ziet. Dat gaat in Nederland wat preciezer, een kraamverzorgster kijkt dat echt allemaal exact na. Hier had mijn verloskundige wel een soort dossier, maar dat staat alleen maar op haar eigen papier, het is geen boekje dat ik vervolgens mag houden.
Onlangs heb ik het Nederlandse zorgdossier van mijn tweede kind er eens bij gepakt om te lezen wat er allemaal in stond. En nu heb ik dat echt als houvast als het om de voeding gaat - ik vind het toch erg goed dat het allemaal zo precies is opgeschreven die eerste dagen na de bevalling.


Ik heb het geluk dat mijn moeder bij mij om de hoek woont. Zij kende mijn verhalen van de kraamverzorgsters in Nederland en heeft die ook zelf meegemaakt bij mijn eerste kinderen - daarom heeft zij zoveel mogelijk overgenomen die eerste week en heb ik de kraamverzorgster zelf dus amper gemist.


Waar is het beter?


Ondanks alle discussies: ik zou ervoor zijn om het ideale midden tussen beide systemen te vinden. Vóór de bevalling: Naar de verloskundige als alles goed gaat, maar in Nederland wel sneller doorverwijzen naar de gynaecoloog, gewoon om soms het zekere voor het onzekere te nemen, het ‘natuurlijke’ slaat af en toe te ver door. En in Duitsland zou het er wat relaxter aan toe kunnen gaan, artsen zouden ook wel eens geruststellende opmerkingen mogen maken, iets meer meeleven met iets dat zo mooi is, niet alleen maar bezig zijn met de risico’s. Soms zijn ze simpelweg bezig met zichzelf in te dekken: ‘Ik heb alles onderzocht, aan mij heeft het niet gelegen als het misgaat’. Dat vind ik jammer. Zwanger zijn is geen ziekte, maar er kan genoeg gebeuren. Het is niet zwart-wit en het kan omslaan als een blaadje aan de boom. Een goede zorg zou dus net zo flexibel moeten zijn en dus moeten artsen en verloskundigen echt allebei het belang van de zwangere voorop stellen. Zowel in Nederland als in Duitsland zitten ze nog veel te veel op hun eigen eilandje.
En na de bevalling: Nederland moet eens kijken naar hoe Duitsland gezinnen financieel ondersteunt - daar is heel veel te verbeteren. En Duitsland mag ook kijken naar Nederland waar het gaat om de begeleiding door verloskundigen en vooral kraamverzorgsters - ook wat dat betreft kunnen ze dus nog behoorlijk wat van elkaar afkijken.



vrijdag 22 juli 2016

Duitsland of Nederland: Waar bevalt het beter?

In samenwerking met Duitslandnieuws.nl

Onlangs barstte in Nederland de discussie rondom zwangerschap en bevallen weer volop los. Zijn we in Nederland een voorbeeld voor andere landen, of gaat het bijvoorbeeld in Duitsland beter? Journalist Ulrike Nagel heeft inmiddels ervaring met zwanger zijn in beide landen. Volgens haar kunnen we iets van elkaar leren. Zij is van Duitse afkomst, maar woonde en werkte jarenlang in Nederland. Daar kreeg ze twee kinderen. Inmiddels woont ze alweer vier jaar in Berlijn en is inmiddels moeder geworden van de derde. Ze kan de zorg en cultuur rond zwanger zijn in beide landen nu goed vergelijken. Wat bevalt beter?


Je hebt al twee bevallingen meegemaakt in Nederland terwijl je bent opgegroeid in Duitsland. Maakte je toen dingen mee die je gek vond als Duitse?

Toen ik in 2007 merkte dat ik zwanger was, stapte ik naar mijn huisarts in Utrecht en verwachtte dat er iets ging gebeuren. Ze zat met zo’n schijfje voor mij waarmee je de datum uitrekent en feliciteerde me. En voorlopig ging er nu even niets gebeuren, zei ze. ‘Zoek maar een verloskundige en daar kun je je dan over een paar weken weer melden. Nee, wij controleren niet of je echt zwanger bent, dat doet de zwangerschapstest al voor 99%.’  Dus. Dat verbaasde me bijvoorbeeld wel, maar ik nam het ook gewoon van haar aan dat het zo ging. Vanuit Duitsland wist ik toen nog niet echt hoe het daar gaat, want ik was één van de eersten in mijn (zowel Duitse als Nederlandse) vriendenkring die een kind kreeg en ik woonde toen  al bijna tien jaar in Nederland.



Dus ik zocht een verloskundigenpraktijk en kwam daar dan regelmatig. Het hele proces - termijnecho rond de 9/10 weken om te bepalen wat de exacte datum is, 20-weken-echo, beetje wegen, bloeddruk meten en verder vooral hartje luisteren, 3D-echo rond de 30 weken - leek mij een logisch geheel. De bezoeken bij de verloskundige duurden altijd vrij kort, dat vond ik wel jammer, je staat in Nederland na 5 tot 10 minuten zo weer buiten. Maar de benadering was altijd erg positief en lief, ze ging ervan uit dat ik gezond was, dat alles natuurlijk zou verlopen, en precies dat gebeurde ook. Ik ben dus met beide kinderen nooit doorverwezen naar een gynaecoloog, daar was geen aanleiding voor. Pas als er risico’s zouden zijn, zo leerde ik, zou een iets ‘medischer’ traject in het ziekenhuis nodig worden.
Omdat het bij mij beide keren erg goed ging, vond ik het toen dus allemaal ook erg positief.


Vooral ook de houding rond de bevalling: mij werd heel goed duidelijk gemaakt dat ik zelf de keuze had; poliklinisch bevallen (dus na een bevalling in het ziekenhuis ook snel weer naar huis), of thuis.
Dat je thuis kon bevallen in Nederland vond ik als echt Berlijns kind uit de grote stad wel heel vreemd in eerste instantie. Dat leek me iets voor dorpjes begin vorige eeuw, dus mijn natuurlijke keuze werd dan ook het ziekenhuis. Als Duitse overweeg je zoiets ‘onbekends’ gewoon minder snel, het ziekenhuis lijkt de meest veilige manier; als er iets gebeurt, kan er snel worden ingegrepen.


En toen ging het bij de bevalling heel anders dan ik had gedacht: veel te snel. ‘Wij gaan nergens meer naar toe’, zei de verloskundige bij de geboorte van mijn eerste kind en daar was ik het onmiddellijk mee eens, ik had niet eens meer de trap afgekund. Die uren daarna staan in mijn geheugen gegrift - tegen mijn verwachtingen in vond ik de hele sfeer fantastisch thuis. Een kraamverzorgster kwam erbij, alle spullen werden opgeruimd zonder dat ik het doorhad, mijn bed werd opgemaakt als in een hotelkamer, alles was één en al harmonisch en goed.
Daarom koos ik er 3,5 jaar later bewust voor om ook mijn tweede kind thuis te krijgen. Ik was simpelweg ook een beetje benauwd om vlak voor de bevalling in een auto te moeten stappen en dan wellicht onderweg pijn te moeten lijden, met de gedachte ‘als we het maar halen, als we het maar halen’. Dan leek het mij thuis relaxter en dat was ook bij de tweede keer het geval. Die benadering ‘het is iets natuurlijks, jouw lijf kan dat’ heeft me altijd aangesproken, het zorgt voor veel mentale rust, ik ben nooit bang geweest voor mijn bevallingen in Nederland.

Nu komt de derde eraan en woon je al sinds een paar jaar weer in Duitsland. Welke verschillen heb je nu al gemerkt met Nederland?


Sowieso stap je hier in eerste instantie niet naar de huisarts, maar meteen naar je eigen gynaecoloog. Dat was ik van vroeger uit nog wel zo gewend, want als je in Duitsland aan de pil wilt in je tienerjaren, dan moet je verplicht naar de gynaecoloog oftewel ‘Frauenarzt’ zoals het hier meestal heet. Uitstrijkjes laten maken, de boel laten controleren en dan pas kun je van de assistente je pilrecept meekrijgen. En als je zwanger wordt, ga je logischerwijs naar dezelfde praktijk. Daar was ik dus zo weer aan gewend.


Wel was het onderzoek meteen heel anders. En ook de benadering van de artsen. In plaats van meteen te feliciteren, vroeg ze voorzichtig: ‘Is het een geplande zwangerschap?’ Mij viel op hoe ontzettend neutraal deze vraag was en ook dat de arts niet perse vrolijk en uitgelaten met mij en mijn nieuws begaan was - het was net alsof ze expres een slag om de arm wilde houden. De hiërarchische afstand tussen ‘arts’ en ‘patiënt’ voelde ik daardoor onmiddellijk. Het leek me in eerste instantie minder gezellig, minder meelevend, maar toen ik er meer over na ging denken, vond ik het ook vrij logisch. De praktijk zit in een stad met bijna 4 miljoen mensen, lang niet iedere vrouw die hier binnenwandelt, zal blij zijn met haar zwangerschap. En dus kan ook juist een vrolijk ‘Gefeliciteerd’ bij iemand anders totaal verkeerd vallen. En op die ervaring gaan ze af.


Qua onderzoek gebeurt er heel veel meer dan in Nederland. Meteen tijdens de eerste afspraak (dan ben je meestal 5 of 6 weken zwanger) checken ze met een inwendige echo of het ook echt zo is, of het er één of meer zijn, of alles in orde lijkt. Je moet in een bekertje plassen (en dat moet je vervolgens iedere keer standaard bij iedere afspraak), want je urine wordt getest op pH-waarde, eiwitten en bacteriën. Daarnaast wordt je nog serieus gewogen en wordt er niet alleen één keer bloed afgenomen, maar vaker. Van de gynaecoloog kreeg ik een soort boodschappenlijst in mijn handen gedrukt: Test voor toxoplasmose, 15 Euro, een extra echo 60 Euro en zo staan er nog veel meer tests op die je kan laten doen. Dat leek op hele goede voorzorg, maar deed mij ook beseffen dat zo’n praktijk met iedere aparte test ook gewoon geld verdient. Of je betaalt het privé, of je ziekenfonds vergoedt het en betaalt de praktijk vervolgens. Dat is wel degelijk één van de redenen waarom gynaecologen in Duitsland zoveel onderzoeken doen, naast het feit dat het Duitse gezondheidssysteem extreem risicomijdend is. Als er iets kán gebeuren, dan zullen we ook checken of het wellicht gebeurt. Ook al gebeurt er waarschijnlijk niks. Maar je weet maar nooit. Immers.

Vanaf de 25e week word je daarom al een kwartier lang aan een apparaat aangesloten dat meet of je weeën hebt, bijvoorbeeld. Ondenkbaar in Nederland, als je gewoon bij de verloskundige komt. En vanaf ongeveer 30 weken meten ze met een CTG een half uur lang de harttonen van je kindje. Het leek mij allemaal wel erg overdreven, ook omdat ze je eigenlijk geen goede uitleg geven waarom het allemaal nodig is. Tot ik een keer in de praktijk een somber kijkend stel voor me zag zitten. Ze waren duidelijk ongerust en even later werd de vrouw ook inderdaad op een brancard opgehaald door de ambulance. Een beetje subtiel ging ik vissen wat er aan de hand was: Ze was nog maar iets meer dan 20 weken zwanger. In de praktijk hadden ze kunnen meten via de echo dat het kindje veel te klein was, en bovendien hadden ze al weeënactiviteit gemeten. Slecht nieuws en dus meteen door naar het ziekenhuis. Sindsdien vraag ik me af of zoiets in Nederland net zo snel was opgemerkt. De vrouw had bloedverlies, en daar word je in Nederland doorgaans eerst weer even mee naar huis gestuurd. Hier dus niet, een goede Duitse vriendin heeft er een keer een hele week mee in het ziekenhuis doorgebracht, terwijl er niets aan de hand was.


Twee dingen zijn er dan aan de hand: Je wordt onzeker door al die poespas, al die onderzoeken, al die dingen die kunnen gebeuren - aan de ene kant. Bevallen wordt minder natuurlijk en krijgt een medische lading. Je durft minder op je eigen lijf te vertrouwen. Maar aan de andere kant kunnen artsen zo een stuk sneller handelen als er wél iets mis is.


In Nederland is de discussie nu heel actueel; en ook ik ken vrienden en bekenden in Nederland die nog voor de geboorte hun kindje zijn verloren. En vaak weten ze dan niet waarom en kan het ook niet goed onderzocht worden. En terwijl ik de Nederlandse ‘natuurlijke’ methode altijd erg goed heb gevonden, ben ik nu toch iets meer gaan twijfelen of het Duitse ‘monitoren’ wel zo slecht is.


In ieder geval is het erg duur, dat loopt hier soms de spuigaten uit. Maar als ouder die wellicht wat meer risico loopt, ben je er waarschijnlijk vooral bij gebaat.


Omdat ik twee kinderen thuis heb gekregen, heb ik ook hier niet zo heel veel zin in een ziekenhuisbevalling. Al is dat wel absoluut de standaard (maar ongeveer 3% van de Duitse vrouwen bevalt thuis en er zijn landelijk maar ca. 380 verloskundigen die thuisbevallingen doen), maar je hebt ten eerste de keus in welk ziekenhuis je wilt bevallen (dat schijnt echt een wetenschap te zijn als ik naar andere zwangeren luister, zij brengen hele middagen en dagen door om uit te pluizen welk ziekenhuis het fijnst is) en je kan ook andere varianten kiezen, een geboortehuis bijvoorbeeld, een tussenvorm tussen thuis (gezellig, knus, warm) en het ziekenhuis. Er zijn meerdere opties en iedereen kiest dat wat voor hem het beste voelt.


Ik ben op zoek gegaan naar een verloskundige die thuisbevallingen doet en die zijn er dus maar heel weinig. De verloskundigenpraktijken die ik belde, vertelden mij vaak: wij doen alleen de voorbereiding van de geboorte en de verzorging daarná, maar de bevalling zelf doen ze niet. Dat is te wijten aan een peperdure verzekering die verloskundigen hier moeten afsluiten. Per jaar betalen ze 4000 Euro of meer om zich voor de risico’s van de bevalling te verzekeren - voor heel erg veel verloskundigen simpelweg niet te betalen. En daarom stoppen er heel veel en is het een uitstervend beroep in Duitsland. Of je moet in het ziekenhuis als verloskundige aan de slag - maar dat wil lang niet iedereen, vertelt mijn eigen verloskundige die de dus ook eerder de ‘natuurlijke’ variant koestert en het niet nalaat mij regelmatig te vertellen hoe doorgeslagen ze het medische traject in Duitsland vindt.

Voor mijn lijf is die natuurlijke manier prima. En toch en toch. Als ik haar een echofoto laat zien, dan reageert ze daar amper op, want ze vindt ook dat er veel te veel echo’s worden gemaakt. Zij voelt hoe het kindje ligt, ze meet mijn buik en baarmoeder (echt met een meetlint trouwens), ze luistert harttonen en neemt iedere keer uitgebreid anderhalf uur de tijd voor een consult. Dat duurt mij vaak wel ietsje te lang, want vaak verzanden we ook in discussies over hoe het in Nederland gaat (dat lijkt haar wel fijner) en dat er in Duitsland veel te veel geplande keizersnedes zijn of dat er hysterisch gereageerd wordt als je al één dag over de datum bent. Alleen dat ze in Nederland geen urine controleren - daar begrijpt ze helemaal niets van, dat is een hele eenvoudige manier om bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging op te sporen. Inmiddels begrijp ik ook niet meer dat dat in Nederland niet gebeurt. En een half uur lang harttonen van de baby luisteren - ook dat doet zij in haar kleine praktijk.

(Deel 2 volgt: De bevalling en daarna)

maandag 18 januari 2016

Draaien, monteren, draaien, monteren, draaien...enz

Ik heb volle dagen. Voor het nieuwe programma Rbbum4 ben ik eens in de maand een hele week op stap. Iedere dag ergens anders, iedere dag met andere mensen, iedere dag nieuwe dingen leren, domme vragen stellen. Echt, ik blijf het zeggen, het is gewoon een super leuke baan. Mijn enige beperking: Draaien tussen 9 en 12 (en dus echt niet langer), dan een plek zoeken (bij voorkeur met een fijne lunch en een stopcontact en natuurlijk een tafel en een stoel). En dan tot drie uur 's middags monteren, want dat is mijn deadline.




Dan hol ik naar buiten met mijn laptop, sta vaak buiten met de eindredacteur die mijn reportage beoordeelt en dan snel de SP1-wagen in (nee, ik weet ook niet wat het betekent, maar er zitten drie mensen en een heleboel knopjes in) om het in het systeem in te laden. Daarna koptelefoon met microfoon op en de voice over inspreken - en dat moet in deze wagen in één keer goed.


Afgelopen vrijdag en vandaag dwaalde ik op deze manier rond op de Grüne Woche, Duitslands grootste voedsel- en levensmiddelenbeurs en misschien ook wel de grootste van Europa. Zeg maar, minimaal tien grote giga-hallen vol met eten uit alle windstreken. Dan sjok ik met mijn volle en zware camerarugzak en mijn statief door de hallen. Tegenwoordig ook met mijn dikke winterjas en een lange onderbroek, want ja, buiten is het -3 en je moet op alles voorbereid zijn.


Gelukkig zijn er dan meteen aardige mensen. Die ik uit pure noodzaak meteen vastklamp om te vragen waar ik mijn spullen kan laten. Die ik dan een microfoontje geef en met wie ik dan meteen zonder omhaal begin te filmen - voorgesprekken - daar heb ik geen tijd voor. Halverwege het draaien merk ik dan gelukkig meestal dat ik toch best wel goed zit met mijn tijd. Dan ga ik ook eens zitten en praat gewoon zonder camera met de kok, stalmeester, slager, meubelmaker, boer, student, historicus. Na twee of drie uurtjes zeg ik meestal alweer gedag, maar het zijn fijne kleine persoonlijke ontmoetingen, die kleine fijne portretten opleveren.

Als ik klaar ben met monteren, sjok ik met alle spullen weer terug door alle hallen, naar de omgebouwde vrachtwagen van de Rbb die vanaf 16 uur gewoon 'studio' heet. En dan sjok ik nog een keertje terug door alle hallen, terug naar mijn auto, die ik gelukkig de komende vier dagen wel mag houden. Mijn 'eigen' rbb-auto. Mijn reportage is meestal al uitgezonden als ik de eerste bocht om ben - dat is televisie.

Morgen weer een nieuwe dag. En een nieuw verhaal.



Uitzending van vrijdag, 15 januari, met Hendrik Haase over de Grüne Woche (vanaf ca. 8'00)

Uitzending van maandag, 18 januari, samenvatting Brandenburghalle, Grüne Woche (vanaf ca. 9'15)

(Uitzendingen zijn doorgaans zeven dagen beschikbaar)

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


(Het sein dat niemand binnen mag komen, want dan lees ik dus net de voiceover)














Niet binnenkomen DUS! (gebeurt toch)













Inmiddels heb ik al op (te) gekke montageplekken gezeten. In een hokje op een boerderij, in de bibliotheek van de Hogeschool, in een luxe Italiaans restaurant, op kantoor bij de stalmeester (met bed), op het kantoor van een bioloog, omgeven door plantenmonsters. En ik weet van tevoren bijna nooit waar ik kom te zitten. Dus benieuwd wat het morgen wordt.

dinsdag 17 november 2015

Donker

De bladeren liggen op grote hopen in de stad en raken doordrenkt van regenwater. Na wekenlange zonneschijn, blauwe luchten, paarsroodoranje pracht aan de bomen wordt het nu donker. 

De takken zijn al nagenoeg leeg, na de droogte regent het nu iedere dag pijpenstelen en voor vannacht is de eerste echte herfststorm voorspeld. De donkere dagen voor Kerst beginnen hier bijzonder vroeg, om vijf uur 's middags is het nu al pikkedonker. 
Het zijn woelige tijden waarin we meer licht nodig hebben. 

Daar werd ik gisteravond dan ook met nadruk op gewezen door een meneer die  onze fietsen niet goed kon zien. 'Zij heeft geen lamp op haar fiets!', constateerde hij, wijzend naar mijn dochter, enigszins aangedaan door deze publiekelijke schennis van iets dat hoort. Ja meneer, begon ik glimlachend, 'we zijn er nog mee bezig'. (Het was de eerste dag dat ze van de kinderopvang met de grotere fiets terug reed etc. etc.). 

Dat vond hij geenszins een argument. Hij keek boos, heel boos naar mij, mijn dochter en onze fietsen. 'Dat is gevaarlijk!!' Ehm, ja. 'En u fietst hier nu ook nog op straat!!!'. Ik keek even om me heen om te constateren dat we in een wel erg rustige woonwijk stonden, nergens een auto te bekennen. Hij ging maar door.

En toen werd ik boos. Ja, je moet licht hebben. En ja, ik weet dat dat gevaarlijk is. Maar hij had het ook bij één vriendelijke hint kunnen laten in plaats van door te ratelen vanuit de hoogte.
Dat kon hij niet. Misschien was hij oprecht bezorgd, maar dat klinkt toch anders. Licht op de fiets was voor hem te belangrijk. 

Op deze dag blijkbaar belangrijker zelfs dan Parijs, belangrijker dan aardig doen, belangrijker dan zoveel andere dingen die er echt toedoen. Daar moest ik aan denken.

Uiteindelijk heeft hij natuurlijk gelijk. Ok, meneer, ik zal lampen op de fiets maken. Heel rap. Al was het maar om het allemaal een beetje lichter te maken voor iedereen, in deze donkere dagen.

dinsdag 22 september 2015

Bulettenkultur met Franz (en Antoine en Dirk)

Altijd hetzelfde. Je woont in een stad waar mega veel te doen is en je lijst met dingen die je in een paar jaar wilt zien, wordt eigenlijk iedere dag langer. Maar afgelopen weekend lukte het weer even om de vieze borden te laten staan, de kinderen even aan de oppas over te dragen en op de fiets te stappen. Want we wilden iets meer weten over Franz Biberkopf. Wie dat is? De hoofdpersoon van het boek dat journalist Antoine Verbij hier omhoog houdt: Berlin Alexanderplatz. (En we zouden er Buletten bij krijgen, dus ja, dan wil je wel een stukje trappen.)


Ik heb het nog nooit gelezen, maar toen er vanuit de Berlijnse Avonden een fietstocht langs de plekken van Biberkopf werd georganiseerd, wilde ik mee. Gewoon omdat we dat veel te weinig doen. En omdat ik het boek al wel honderd keer wilde lezen.

Meneer Biberkopf wordt uit de gevangenis vrijgelaten en stapt dan in de tram in een overvol Berlijn. In 1929, een fascinerende tijd in deze stad. De 'Goldene Zwanziger', met een uitbundig en vrijgevochten theater- literatuur- en uitgaansleven, maar met een diepdiepe economische wereldwijde crisis die ook Berlijn al in de nek ging hijgen. En de eerste antisemitische leuzen doken ook al op.


Wie er veel meer over weet, dat is die meneer met die baard en die bril linksonder, hier aan de Münzstraße. Dirk Wissen is bibliothecaris, was lang bibliotheeksdirecteur in Frankfurt Oder en heeft een bijzondere fascinatie voor de schrijver Alfred Döblin. Hij fietste mee, las passages uit het boek voor en vertelde over de tijdsgeest van Franz en Alfred. 

En hij weet ook hoe de Alexanderplatz er toen uitzag. Een echt plein, met kruislings tramlijnen, Galeria Kaufhof heette 'Tietz' en aan de andere kant van het spoor stond 'Wertheim', nu een grote bioscoop. Waar tieners naar rubber meurende goedkope accessoires bij Primark inslaan, stond vroeger een kerk - de Georgenkirche, al lang verdwenen. Alleen het gebouw hier rechts van de Fernsehturm bestond al, het Berolinahaus. De U-Bahn werd net aangelegd. En dat lijkt wel een beetje op vandaag de dag: De U5 wordt immers vanaf hier verder gebouwd tot aan Hauptbahnhof, dus nog steeds is het een Baustelle de komende jaren.

Het boek mag dan Berlin Alexanderplatz heten - Dirk Wissen heeft in een vlaag van verstandsverbijstering alle voorkomende straten in het boek geteld (dat doen bibliothecarissen, zei hij met een glimlach) en is erachter gekomen dat eigenlijk 'Berlin Rosenthaler Platz' de titel had moeten zijn. Waarschijnlijk vond de uitgever dat niet goed, dat plein kende destijds immers haast niemand.

Regen, maar wel doorfietsen. Naar de Schlachthof (waar onmiddellijk de zon doorbrak). Berlijn heeft zoveel huizen en straten, maar soms ga je één hoek om en dan ligt er ineens een gigantisch grasveld voor je neus, een plek waar je iedere dag omheen kan fietsen zonder 'm te zien, want daarvoor moet je nou net even verkeerd afslaan.

Ik was hier nog nooit verkeerd afgeslagen. Nu zie je vooral nog het skelet van één van de oude hallen, daarnaast is fietsenwinkel Stadler, gevestigd in de voormalige veilinghal voor runderen.

Eind 19e eeuw werden hier koeien, varkens en kippen verhandeld. Een heleboel gingen er meteen levend in. En kwamen er geslacht uit. Om de vier miljoen hongerige Berlijners te voeden. Het totale gebied is bijna 5 hectare groot, inmiddels zijn hier heel veel woningen en winkels ontstaan. (Meer lees je hier, via een erg coole interactieve kaart). Een fascinerend groot veld waar we even bleven plakken en waar veel kinderen aan het voetballen waren of vliegers de lucht in stuurden.


Franz Biberkopf is hier natuurlijk ook geweest. En zijn bedenker - Alfred - beschrijft in het boek minutieus en gedetailleerd hoe de dieren werden geslacht. (Gelukkig gingen we hier nog geen Buletten - Berlijnse gehaktballen - eten, dat bewaarden we tot het einde). 

Vanaf de Schlachthof is het maar een heel klein stukje fietsen naar de Frankfurter Allee, niet alleen het startpunt voor de pracht- en praalstraat van de DDR (Karl-Marx-Allee), maar ook de plek waar Alfred Döblin zijn artsenpraktijk had, vlakbij de vroegere bioscoop en nu soort-van-evenementenhal Kosmos. Die man schreef niet alleen boeken, maar behandelde met name zieke mensen. De échte reden waarom we hier stopten: Bier en Buletten bij Dirk thuis.

Ok, we kregen ook nog fragmenten van twee films te zien, de versie van 1930 en die van 1980 en werden prachtig voorgelezen door de Duitse stem van Friko kaas. Maar de Buletten waren toch wel het hoogtepunt. Met bier. 



Het was oppassen geblazen met de mosterd: Net ernaast lag namelijk wel de allereerste uitgave van het boek (de nieuwste Nederlandse uitgave heeft nu weer dezelfde prachtige omslag). En daar mag je niet zomaar op knoeien (volgens mij is het gelukt om 'm heel te laten). We kregen ook nog huiswerk mee: Of we even konden opzoeken op welke pagina de Buletten eigenlijk staan, want Dirk en Antoine gaan er vooralsnog van uit dat Franz Biberkopf die het liefste at, maar ze leverden geen bewijs.

Het was een mooie tocht. En ik ga het uitzoeken, dat huiswerk. Want ik ga het boek nu eindelijk lezen.
Denk ik.