woensdag 16 september 2009

Koningin

Er was eens een tijd waarin ik om 8 uur opstond. Ik maakte twee broodjes voor mezelf die ik achteloos achter de kiezen schoof. Eten meenemen, daar was ik doorgaans te lui voor. Lunch op de redactie, 's avonds koken. Vriend J. was nog thuiswerker, maar zoveel brood ging er bij hem niet in. Met één brood konden we heel wat dagen overleven.

Nu hebben we een diepvrieskast ter grootte van een olifant, en de grootste la ligt altijd vol met brood van de bakker. Kan ook niet anders, want tegenwoordig sta ik 's ochtends bij het aanrecht plakjes voor de hele familie te smeren. Twee met hagelslag voor vriend J. Om meteen op te eten. Twee voor mij met chocopasta, bij voorkeur meteen verorberen, bij tijdgebrek in auto of trein.

Dan twee keer twee bammetjes voor vriend J. om mee te nemen, in zijn stoere groene broodtrommel. Tegenwoordig gaat hij naar kantoor, dus ja, dan hoor je als Nederlander wel brood bij je te hebben. Om een beetje mee te doen en ook omdat ik sinds de middelbare school constant honger heb, doe ik er ook nog wel twee in min tas.

Een half brood is dan al op, maar ons mannetje krijgt het broodje dat het langst duurt. Dat snij ik in gemiddeld 16 stukjes. Inmiddels word ik steeds sneller met smeren, droog wordt ons brood al lang niet meer.

Als ik nou ook nog eens onthoud dat ik om de dag een brood uit de diepvries moet halen, dan ben ik een echte broodjessmeerkoningin.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen