zondag 5 september 2010

Radio

Mijn journalistieke bestaan begon met radio. Zelfs al ver voor mijn postdoctorale studie. Al besefte ik dat pas veel later.

Op mijn eigen verjaardag ging ik vroeger met mijn knalrode radio (waar ook een klein microfoontje op zat) kleine hoorspellen opnemen met vriendjes. We bedachten miniverhaaltjes en deden ons best om een beetje te acteren (ik herinner me dat we uit het raam stonden te schreeuwen, zodat de stemmen op het kassettebandje ook echt ver weg zouden klinken. Geen idee wat ze daar zes verdiepingen lager van vonden).

Toen ik 13 was, schreef ik samen met wat klasgenoten een écht hoorspel, over een Berlijns meisje met een Turkse vriend. Een tamelijk modern sprookje en dat in 1992. We wonnen de vierde prijs en mochten het verhaal in een echte radiostudio (destijds de Sender Freies Berlin) opnemen (en stonden zelfs met foto in de krant, maar ik heb het artikel nooit meer teruggevonden.)

Daarna dacht ik een tijdje niet meer aan radio.
Tot vriendin S. als vrijwilliger bij de lokale Groningse radiozender begon, en mij als gast in een programma uitnodigde. Daar was ie weer, de fascinatie.

Een studie later belandde ik bij radio 1, nog steeds mijn persoonlijke journalistieke bakermat. Ik ben trouw blijven luisteren. (En nog steeds trots op mijn een-op-een gesprek met Rob Trip. Drie vragen. Waarop ik de antwoorden mocht geven. Live vanuit Ondiep.)

Inmiddels maak ik allebei, tv en radio, maar voert dat laatste vaak net de boventoon. Het is meer werk, maar vaak ook een grotere uitdaging (sorry, radiomakers, zo bedoel ik het niet).

Maar je kan altijd terug. Een andere vriendin S. is eigenlijk tv-presentatrette, maar nu ineens is ze ook op de radio, iedere zondag avond.

En nu zit ik hier weer. Te luisteren. Op de bank.
Eigenlijk veel leuker dan televisie kijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen