zaterdag 15 januari 2011

Ruimte

Twee weken nieuwe stijl liggen alweer achter mij. Op de eerste dag van het eindredacteursschap stond al de eerste collega bij mijn bureau. Hij had slecht nieuws: of ik even mijn camera plus kast aan hem af wilde staan.

Dat deed toch even pijn.

Al vijf jaar lang koester ik mijn apparatuur. Alles wat een volleerd camjo nodig heeft, zit in twee tassen. Een statief in die lange zwarte. (Tientallen keren ben ik onderweg gevraagd wat daar in hemelsnaam in zit. In december maakte ik nog een reportage over een studentenkoor in Utrecht. Op de gang vroegen wat jonge lui aan mij of ik misschien bij hun band wilde. Ze zochten nog iemand die trombone kon spelen.)

En die blauwe, de Portabrace. Die cameramensen over de hele wereld meteen herkennen. Ah! Daar heb je nog zo iemand! Iemand die iets met filmen doet!
Met daarin het belangrijkste, het échte instrument: de V1, (die inmiddels alweer ouderwets is, maar die me toch door dik en dun heeft begeleid en die geen één keer kapot is gegaan). De zender (zonder dat ding ben je nergens als camjo), koptelefoon (ik herinner me ineens dat ik er nog eentje heb laten liggen in een drogisterij in Soesterberg; wellicht kan die collega die nu nog even ophalen?). En een stapel bandjes en batterijen.

Alles zomaar ineens in de handen van iemand anders.
Ik ben de afgelopen 14 dagen niet buiten geweest, ik heb niet gewit (met een wit blaadje de kleuren afstemmen), niet scherp gesteld, geen scherptediepteverlegging gedraaid, en mijn aandacht niet verdeeld tussen camera- en interviewtechniek.

En toch: ik vind mijn nieuwe baan leuk.
Meer dan leuk. Op zaterdag verheug ik me alweer op maandag, en dat lijkt me een goed teken.

De energie die eerder in het sjouwen van de spullen ging zitten, in de dubbele concentratie van het technische en het inhoudelijke draaien, in het autorijden, de vraag of alle informatie op locatie nog dezelfde zou zijn, en in de strakke deadline als je pas om vier uur weer achter de editset zit - al die adrenaline heb ik nu over om nog meer in mijn eigen hoofd te zitten. Er is ineens ruimte.

Om te bepalen welke onderwerpen eerst komen. Kranten beter te lezen. Het ANP te volgen. Voelsprieten te ontwikkelen voor hetgeen ik over een uur moet doen. In de regie te zitten. Veel beter naar teksten te kijken. Of naar de voorbereiding van een reportage. En tenslotte: reportages te beoordelen.
In al die dingen blijk ik ontzettend veel plezier te hebben.

Even heb ik overwogen om de naam van mijn blog te veranderen, maar ik vind dat 'Ulli draait...nu even eindredacteursdiensten' ook gewoon door de beugel kan.

En ook al heb ik met wat weemoed even afscheid genomen van hetgeen waar ik inmiddels mee vergroeid leek - als ik na mijn tijdelijke functie toch weer dolgraag buiten in de regen wil draaien en ik sta dan met lege handen, zonder camera, dan herinner ik mijn hoofdredacteur aan zijn woorden:
"Dan krijg je straks toch gewoon weer een gloednieuwe?"

Voorlopig is het even prachtig zoals het is.

1 opmerking:

  1. Ardy Stemerding11:26 a.m.

    Ben je toch niet de periode vergeten dat wij die prachtige V1, inclusief de kast, deelden? En met ons (of misschien vooral jouw) leven bewaakten! Groeten Ardy

    BeantwoordenVerwijderen