zondag 19 juni 2011

Verslag van de waterpioniers

En toen hadden we dus een boot. Een witte 'Penichette' met regenboogstreepjes. Speciaal voor onze jongste medereiziger, leek het wel. Alles wat we in de auto hadden gepropt en wat door de Italiaanse regen nogal klam en vochtig aanvoelde, propten we nu gezellig in de kastjes en laatjes van onze caravan te water.

Want dat is het eigenlijk - een miniwoning of camper, maar dan vermomd als zwemmende versie. (We zijn nog nooit op stap geweest met een caravan of een camper, en toch dachten we meteen: zo moet dat voelen).

Koelkast: check. Douche en wc: check. Volwassen bed: check. Kookhoekje: yep. Kinderholletje om 's avonds als een molletje in weg te kruipen: check. Het was allemaal aan boord. Zelfs een ouderwetse fluitketel. En een oestermes. We bevonden ons tenslotte in Zuid-Frankrijk, al deed het weer aanvankelijk anders vermoeden.

Na een eerste oefenrondje in de haven (met de oervriendelijke Duitser Karsten) kreeg vriend J. het grote stuur en ons 10 meter lange gevaarte al snel onder de knie. Dit zouden we wel even ritselen. Kom maar op - zon, water, sluis!

Enthousiast gingen we op maandag rond half zes 's avonds van start. Start: Argens-Minervois. (Een verslapen dorpje waar hele vriendelijke mensen wonen. Die je zelfs Duitse boeken lenen voor een hele week. Zo mocht ik genieten van 'Nachtzug nach Lissabon', een fantastisch boek, maar dat geheel terzijde.) Het doel: Carcassonne. Met de auto 35 kilometer rijden. Met onze witte nieuwe vriend zouden we er zeker drie dagen over doen. Slow travelling, zeg maar gerust.

De eerste sluis ging best oké. Goed, we schreeuwden wel wat hard naar elkaar en hoe de touwen gegooid dienden te worden, dat moesten we ook nog een beetje beter leren, maar al met al ging het goed. Zonder botsen kwamen we in en ook weer uit de sluis.

Toen gingen de sluizen dicht. En de sluiswachters naar huis.
Aanleggen dan maar. Naar de zijkant sturen (vriend J.'s taak), aan de voorkant eraf springen (mijn taak) en met een zwemvestje aan rustig afwachten (zoonliefs taak). Dat eerste lukte prima. Aan dat tweede hield ik een blauwe plek over waarvan de restanten nu nog te bespeuren zijn. Onze derde passagier was na wat eerste afweerpogingen nu zelfs al gewend aan zijn fluorescerende beschermengel en speelde rustig met zijn treintjes aan de grote campingtafel.

Idyllisch.

Tot de sluiswachters op dinsdag maar niet uit hun bed wilden komen. 9 uur stonden we paraat. We hadden afgewassen, alles weer in de afsluitbare kastjes opgeborgen, waren aangekleed en paraat voor de doorreis.

Maar nee, we waren even vergeten dat dit Frankrijk was. En dan ook echt.
Dinsdag, 7 juni werd een dag vol onweer en regen. En de dag dat de sluiswachters gingen staken. Bingo. Op de eerste dag van onze fantastisch bedachte vakantie.

Zelfs daar hadden we een oplossing voor. Fietsen! Die stonden namelijk gewoon bovenop ons schip! En daarmee kon je vliegensvlug naar de volgende plaats racen, tussen de buien door.

En soms helpt regen ook om na te denken en je vakantie nog leuker te maken. Richting Carcassonne zouden we nog 30 sluizen moeten passeren. Daar zouden we veel tijd mee kwijt zijn, hadden we op onze eerste dag geleerd. Je moet wachten als er nog boten inzitten. En soms nog langer wachten als er ook nog best wat boten vóór jou erin willen.

En dus draaiden we onze plannen en onze boot om en voeren richting Bézier. Twee sluizen te gaan en dan zou het Canal du Midi verder sluisloos voor ons liggen.

Of de weergoden op ons besluit hadden gewacht? In ieder geval beloonden ze ons de rest van de week met een heerlijk zonnetje. Met groene en weidse wijnvelden. Met cypressen en platanen langs de kant. Met eeuwenoude bruggetjes, kastelen, kleine, maar superlekkere restaurants waar we ons tegoed deden aan eend en entrecote.

Half dagje varen, half dagje fietsen, rondkijken, niksen, slapen. Het bleek de ideale vakantiebesteding. Voor verveling was er geen tijd, want dan zetten we de motor alweer aan en gingen op een rustig tempo verder varen.

En de minipassagier? Die was al snel gewend aan het water. Aan spelen in een beperkte ruimte en aan zitten bovenop de boot (met 'sjippies').

Nooit eerder zaten we in een boot. Nooit eerder zo lang. Maar het is prachtig. En eigenlijk de ideale vakantie.

Als we nu naar buiten kijken en in de Nederlandse regen staren, denken we al geregeld: waren we maar terug op onze boot.

Nu zijn de waterpioniers weer aan land.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen