dinsdag 12 juli 2011

Goede ogen

En toen gingen we dus een ogentest doen. Nou ja, dat stond althans in mijn agenda. Kinders die 3 jaar en 1 maand zijn, moeten naar het consultatiebureau, op een stoel gaan zitten en vertellen welke plaatjes ze op lichtbak aan de muur, ver weg, nog kunnen herkennen.

Zover de theorie.

Ik was goed voorbereid. In het groene boekje (voor de niet-ouders hier, en volgens mij zijn dat er nogal wat: dat is het boekje waarin de ontwikkeling van je kind wordt bijgehouden. Vanaf de eerste dag totdat ie 4 jaar is. De eerste paar keer wordt er heel nauwkeurig in opgeschreven hoeveel de baby is aangekomen, hoe groot zijn hoofd is geworden en of ie al is gegroeid. Gaandeweg ga je steeds minder vaak naar het consultatiebureau, want je kent je baby beter en dus blijft het bij de verplichte bezoekjes met prikken. Als je baby een peuter cq kleuter is geworden, dan hoef je nog maar eens in het half jaar en iedere keer staat er dan iets anders op de to do list. Nu dus: de ogen.).

En de kijkers, dat vinden vriend J. en ik best belangrijk. We zijn zelf namelijk niet echt gezegend met bijster bijzondere exemplaren. Ze doen het wel, daar niet van, maar bij mij was daar jarenlang een afzichtelijke DDR-bril voor nodig, waarvan ook nog eens één oog dichtgeplakt werd. Later kon ik de letters op het schoolbord niet meer lezen, dus hup - de volgende bril.

Niet veel anders bij vriend J. Al vanaf zijn vroege jeugd draagt hij een bril (Soms alleen in zijn schooltas, want hij wilde er liever niet mee gezien worden. Wat ertoe leidde dat hij regelmatig naar mensen terugzwaaide van wie hij geen idee had wie ze waren. Dat heeft hij gelukkig weten op te lossen met lenzen. Net als ik trouwens.)

Dit bezoek was dus belangrijk. Want ik wilde zeker weten dat onze zoon wél goede ogen heeft. Daar dacht hij kennelijk anders over, want terwijl we thuis nog hadden geoefend met de plaatjes, trof ik in de kamer van de arts een doofstomme versie van mijn eigen kind aan. Hij trok gekke bekken, stak zijn tong uit, speelde met de bal en zei verder niks.

Ik bedoel: niks.

Ik kon maar wat hopeloos met mijn armen zwaaien en hoorde mezelf de arts vertellen dat hij twee talen spreekt. "En goed ook!"

Tuurlijk. Zag ik haar denken.
We probeerden het nog een keer. Op de stoel. Kijken naar de plaatjes. Wat zie je daar, Max?
Nee hoor. Draaien met de ogen, afglijden van de stoel en maar weer grijnzend door de kamer rennen.

Ik bedoel: wat moet je daar nou mee? Betekent het dat zijn ogen gewoon goed zijn? En hij ons dat non-verbaal te kennen wil geven? Dat hij ons voor de gek houdt? Dat wij eigenlijk een stelletje gestoorden zijn die hem stomme beeldjes willen verkopen, terwijl we zelf ook wel kunnen zien dat er een theekan en een olifantje op staan?

Als ik buiten sta, kan meneertje ineens weer praten.
"Mooi bij de arts."
Ja hoor. Tuurlijk. Hartstikke mooi was het.

Een half uurtje later zitten we even verderop voor de allereerste keer in de grote-mensen-bioscoop. Cars 2. Mét 3D-bril. Max eet popcorn en staart naar het scherm.
Volgens mij zijn z'n ogen helemaal prima.

2 opmerkingen:

  1. Anoniem12:43 p.m.

    Au Backe, da hat er sich nicht mit Ruhm bekleckert! Was meint der Arzt -trotzdem alles i.O:?
    Mamix

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, dat is natuurlijk veel te makkelijk, plaatjes van een olifant en een theekan! Waren het nou plaatjes van een Volvo XC60 of een TGV Atlantique geweest, ja dán... ;-)

    BeantwoordenVerwijderen