woensdag 26 februari 2014

Vier dagen embedded

"Boeh", zeg ik als ik binnenkom door de zware houten deur. Zeven gezichten staren mij verbouwereerd aan vanuit de seminarie-woonkamer. Een daarvan is van mijn oud-collega Michael. "We zitten eigenlijk even in bezinning."

In bezinning, in bezinning… Wat zou dat nou weer zijn, denk ik. En besef dat ik met mijn drie tassen en mijn vriendelijke bedoelingen iets te vroeg binnen stap. Er was mij een biertje beloofd, een afzakkertje na vier dagen werk. Maar kwart over negen is te vroeg. "Het duurt nog tot kwart voor tien ongeveer, ik zal je laten weten als we klaar zijn."

Ik ga naar mijn kamertje waar ik al drie nachten heb geslapen. Pak de camera weer uit, sluit 'm aan op de laptop om het materiaal dat ik vandaag heb opgenomen in te laden.

Het is maandag. Donderdag avond ben ik hier al ingetrokken met mijn spullen. Vier dagen, veertien interviews. Drie afspraken op een dag. De talloze vieringen, missen en gebeden niet meegeteld.

Ik ben in een voor mij vreemde wereld beland.

Ik heb niks op met de kerk. Tot mijn 20e wist ik eigenlijk niet eens wat het inhield. In Oost-Duitsland werd er geen reclame voor gemaakt en op de scholen waar ik zat en in de wijken waar ik woonde, kende ik niemand die gelovig was. Op vakantie liep ik er naar binnen, maar wat de mensen daar op hun knieën deden - ik had er geen benul van, ik vond de eeuwen oude gebouwen gewoon heel erg mooi.

Tot ik in Nederland kwam, mijn eerste huisgenote in Groningen ontmoette en zij mij vertelde dat ze iedere zondag naar de kerk ging. Dat ze aan catechisatie deed (ik moet het nog steeds opzoeken om te weten wat het is) en dat de normen en waarden waar ook ik naar leefde toch echt uit de bijbel en het geloof waren overgenomen. De geschiedenis van onze hele westerse samenleving is verweven met het christelijk geloof? Ik kon me niet herinneren dat zulke dingen in mijn geschiedenisboeken stonden en vond het allemaal maar vreemd.

In de loop der jaren wende ik eraan dat er veel meer Nederlanders waren die in God geloofden. Ik had evenveel ongelovige vriendinnen, maar in ieder geval wist ik nu van het bestaan af en had ik inmiddels ook bedacht dat de anderen niet zo heel erg gek waren, maar dat er gewoon een groot gat in mijn culturele opleiding gaapte. Ik zat wel eens in de kerk voor een bruiloft of een uitvaart, had een vriendin die ‚van God los’ was, naar een kerkgemeenschap zien terugkeren en vond het allemaal wat gewoner dan eerst.

Afgelopen december kreeg ik ineens een bericht van mijn oud-collega Michael. Zes jaar lang heb ik met hem samengewerkt in de journalistiek. Een aantal jaar geleden maakte hij op de redactie kenbaar dat hij een nogal aparte carrièreswitch ging maken. Hij wilde priester worden. Een ongewone keus voor een journalist. Vonden althans alle collega’s.

Hij ging een deeltijdopleiding volgen en zat nu twee keer per maand ergens in Breda weggestopt te studeren. Wat hij daar precies deed, dat wisten we niet, wél dat het geen grap was en dat hij echt al exact wist op welke datum hij zijn baan ging opzeggen om de laatste twee jaar opleiding daar af te maken. Vorig jaar zomer was het zover.

Deze winter vroeg hij me in zijn bericht of ik naar Bovendonk wilde komen om filmpjes te maken. Portretten, interviews, reportages voor een website van het Bisdom. Over roepingen. Waarom God mensen roept en wat je daar op moet antwoorden.

Hij wist dat ik met zulke taal weinig op heb. Dat ik een tamelijk sterke atheïst ben die niet in een God gelooft. Ik voelde me vereerd dat juist ik werd gevraagd. En zei onmiddellijk 'ja'. Maar juist omdat ik zo weinig weet, vind ik het ook allemaal machtig interessant. Waarom worden zij door iemand geroepen? Hoe klinkt zoiets? En hoezo wil je dan priester worden? Ze moesten allemaal wel heel erg anders zijn dan ik als ze zo'n weg kozen.

De priesteropleiding Bovendonk is een klein Harry-Potter-kasteeltje. De rector (dat is de baas van de opleiding) draagt zwart, met zo’n klein wit dingetje bij zijn hals. Om hem heen staan 6 mannen en in het weekend komen daar nog 15 bij, voor een studieweekend. Ik word er stil van. De eerste 24 uur houd ik me enorm in. Ik praat zachter en minder, knik vaker en luister. De mannen stralen bijna allemaal een serene rust uit en dat neem ik over.

Ook omdat ik voorzichtig wil zijn. Hoeveel kan ik laten zien van mezelf? In zo'n oord waar gebeden het dagritme bepalen? Waar je niet moet vloeken en eigenlijk ook niet hardop lachen?

Eén voor één leer ik de jongens en mannen van de opleiding kennen. Ik praat met docenten die gewoon lesgeven in de theologie. Met één van de weinige vrouwen die hier komen en die verantwoordelijk is voor 'persoonsvorming'; jezelf leren kennen. Met de bisschop van Breda, die in de plechtige viering heel streng en ontoegankelijk lijkt, maar die tijdens het interview een hele leuke gezellige man blijkt te zijn.

Slim zijn ze allemaal. Moet ook wel, want om het hier vol te kunnen houden, moet je minimaal op hbo-niveau kunnen leren en hele dikke boeken met de geschiedenis van de verschillende geloven door ploeteren. Je wordt bovendien binnenste buiten gekeerd. Wil je dit echt wel? Ben je verantwoordelijk genoeg? Kun je het leren om regelmatig te bidden? Sta je open voor anderen? Kun je luisteren? Kun je leiding geven? Ben je spiritueel genoeg om helemaal voor het geloof te leven?

Veel van deze mannen zijn zo genaamde ‚late roepingen’. Pas op hun 30e of 40e ontdekten ze dat er meer moest zijn in het leven dan een hele gewone baan. Ik praat met een softwareontwikkelaar, een ambulance-medewerker, een account manager en een kraanmachinist. Alle vier zitten ze doordeweeks in hun 'oude' baan en in het weekend op de opleiding. Twee werelden die onverenigbaar lijken, maar zij krijgen het voor elkaar.

Althans - dat moet nog blijken. Sommigen zijn gelukkig getrouwd en willen als diaken werken. Anderen hebben weinig moeite met het celibaat en voelen zich geroepen om priester te worden. Maar er vallen ook veel mannen af. Omdat ze merken dat het te zwaar is. Of omdat ze verliefd worden.

Ondanks grote onderlinge verschillen lijken ze een hechte gemeenschap te vormen. Omdat ik iedere dag met hen opsta, ontbijt, lunch en ook ’s avonds eet, omdat ik heel direct naar hun persoonlijke beleving en gevoel mag vragen, ga ik er al gauw bij horen. Met al mijn verwondering. Steeds vaker durf ik zomaar vragen er uit te gooien. Vragen die ik zelf heb. Hoe houden ze dat vol? Waarom staan ze zo ontzettend vroeg op en waarom is de laatste dienst pas om tien uur 's avonds? Waarom mogen alleen maar mannen meedoen? En wat voelen ze dan als ze het over God hebben? Ze geven overal antwoord op.

Ook Michael. Voor het eerst kan ik aan hem vragen hoe het allemaal precies zit. Waarom hij een radio- en televisieredactie heeft achtergelaten voor een nieuw leven. Hij geeft antwoord. Open en eerlijk.

Ik merk dat ik verwachtingen had van tevoren. Stille mannen, in gebed voorover gebogen. Volop bezig met hun eigen geloof. 
Tot zover helemaal waar. 

Maar dat ze niet zouden lachen, niet hardop zouden kunnen kletsen, hun blik op de ‚gewone’ wereld kwijt geraakt zouden zijn - nee. Ze drinken bier, ze zitten gezellig bij elkaar en maken grapjes, ze giechelen wel eens als op de middelbare school, nemen elkaar in de maling en ze kunnen ook nog eens prachtig zingen. Ik heb niemand tien centimeter boven de grond zien zweven.

Waar ze precies in geloven en vooral wat ze daarbij voelen - dat is de grens die ik niet helemaal kan passeren. Ik begrijp de priesters en diakens in opleiding beter dan ik ooit had gedacht, maar tot in de laatste vezel invoelen hoe dat moet zijn - nee, dat is niet gelukt. 

En dat is misschien maar goed ook, een beetje journalist houdt nog steeds een beetje afstand.

1 opmerking:

  1. Boeiend om te lezen. Juist geweldig om een journalist die weinig heeft met kerk en geloof dit te laten maken. Helemaal goed. Veel succes verder!
    Greet Kappers

    BeantwoordenVerwijderen